"15 februari proef ervarea: in gesprek met je cliënt"

dementiekennis

Het programma Omgaan met mensen met dementie gaat uit van het gegeven dat voor mensen met dementie twee factoren van heel groot belang zijn: de (leef)omgeving en de wijzelf. Als je weet hoe het werkt in de hersenen bij mensen met dementie is de stap naar de vaardigheid in de omgang niet meer zo moeilijk te maken!

Binnen dit programma verzorgen wij themabijeenkomsten en scholingstrajecten.

Deze hebben als doel dat wij onszelf en de omgeving als instrument kunnen inzetten om mensen met dementie een veilig en vertrouwde omgeving te bieden en het gedrag positief te kunnen beïnvloeden.

Daarvoor is kennis nodig van het fysieke proces bij dementie en hebben wij behoefte aan handvatten en oefening om de benaderingswijze te kunnen toepassen in de praktijk.

De dementiekennis

Onze hersenen ontwikkelen zich van baby tot ongeveer ons 24e levensjaar, pas dan zijn onze hersenen volgroeid. In deze ontwikkeling zijn vier niveaus te onderscheiden, de ingewikkelde hersenfuncties zitten op het hoogste niveau.

Bij mensen met dementie of een andere vorm van hersenbeschadiging vallen juist op dit hoogste niveau het eerst de gaten en dat zien we terug in hun gedrag. Duidelijk is ook geworden hoe gevoelig onze hersenen voor stress en onveiligheid zijn met alle effecten voor ons gedrag.  Mensen met gezonde hersenen kunnen zich losmaken van de omgeving door prikkels af te weren. Mensen met beschadigde hersenen kunnen prikkels uit de omgeving niet uitschakelen. Alle prikkels komen binnen, er volgt een directe, vaak vertraagde reactie op elke actie. De ziekteverschijnselen en het probleemgedrag van mensen met dementie worden veroorzaakt door enerzijds de ziekte en anderzijds door prikkels die voortkomen uit hun omgeving en onszelf.
Onderzoek heeft uitgewezen dat sommige mensen met dementie gebaat zijn bij zo min mogelijk prikkels, voor hen is het een kwelling wanneer ze worden gestoord. Anderen hebben juist wel prikkels nodig, voornamelijk geluids- en bewegende prikkels. Wanneer deze prikkels afwezig zijn zal de bewoner zelf prikkels (moeten) maken door te roepen en/of te bewegen. Deze mensen moeten juist voldoende ‘onschuldige’ prikkels krijgen om zich veilig te voelen. Teveel aan verschillende prikkels kan onrust oproepen.

Ons geheugen bestaat uit plaatjes van taferelen, voorwerpen, symbolen, gevoelens en geuren, etc. Als hetgeen wij zeggen tegen iemand met dementie overeenkomt met het plaatje dat zich in het geheugen bevindt, ontstaat herkenning, komt dat niet overeen, dat ontstaat onbegrip.

In een workshop of langer scholingstraject werken wij deze thema's verder uit. De inhoud van de workshop of het traject is vanzelfsprekend maatwerk in overleg met onze opdrachtgever.